Spelregels van het bridgen

Toegelicht door Herman Brouwer

Klik op het onderwerp voor de toelichting

De strekking van de spelregels

Optreden en fatsoen

Wanneer is een kaart gespeeld?
Onopzettelijk getoonde kaart tijdens het spelen

Strafkaart

Over het bieden
Wat mag de blinde, wat mag hij niet?

De blinde mag op aanwijzing van de leider kaarten bijspelen uit zijn hand. 

De blinde mag overigens niet aktief aan het spelen deelnemen: dus geen suggesties doen in woord of gebaar. Waar iedere speler geacht wordt om bij constateren van een onregelmatigheid, dit meteen kenbaar te maken en de arbiter te roepen, mag de blinde, zolang het spelen voortduurt, niets zeggen. Als het spel uitgespeeld is, mag hij alsnog de aandacht vestigen op een onregelmatigheid en de arbiter roepen. 

De blinde mag wel proberen iedere onregelmatigheid van de leider te voorkˇmen, als bekendste voorbeelden:

  1. voorkˇmen van voorspelen uit de verkeerde hand (als de leider dit al gedaan heeft is het te laat hiervoor en hoort de arbiter geroepen te worden)

  2. als de leider een gevraagde kleur uit zijn eigen hand niet bekent, vragen of de leider geen kaarten van de gevraagde kleur meer bezit (en zo verzaken door de leider te voorkomen). 

De blinde mag niet zijn hand uitwisselen met de leider, opstaan om met het spelen van de leider mee te kijken of op eigen initiatief de kaarten van een tegenstander inzien.

Addendum 15 april 2008: Volgens de gewijzigde spelregels mag iedere speler, ook de blinde, trachten een onregelmatigheid van een andere speler te voorkomen.

Informatie over de bieding en over de slag

Over de systeemkaart

Alerteren

Uitleg en foutieve uitleg

Getoonde of voorgespeelde kaart tijdens het bieden

Opeisen (claimen) en afstaan van slagen

Gemaakte slagen

home